Nederlands | English | Francais
disclaimer | privacy policy | sitemap | adverteren | contact

NEWSFLASHES

Expat worden doe je nooit alleen

Emigreren? Sorry, mijn partner heeft ook een baan. Partnerbeleid, of nog mooier, dual careerbeleid is nu het toverwoord voor internationale bedrijven die werknemers willen uitzenden. En de nieuwste trend: internationaal werken zonder te emigreren.

Oud-voorzitter van de Tweede Kamer Frans Weisglas (61) wordt ‘onze man in Bern’, zo werd in oktober 2007 aangekondigd. Tot hij vorige week plotseling liet weten de diplomatieke post in Zwitserland ‘bij nader inzien’ aan zijn neus voorbij te laten gaan. De reden? De ambassadeursbaan bleek ‘niet te combineren met het werk van zijn echtgenote’, die als arts werkt.

Ooit was er een tijd dat manlief werd uitgezonden naar het buitenland en dat zijn vrouw hem volgde om aldaar haar dagen in ledigheid te slijten. Maar het traditionele expattijdperk, met de kostwinnende man en de huishoudende of luierende vrouw, is definitief voorbij.

Rollen omgekeerd
De laatste jaren lijken de rollen juist omgekeerd: soms wordt de hele emigratie zelfs afgeblazen omdat de partner zijn of haar baan niet wil opgeven voor de carrière van de ander. Zoals bij de oud-Kamer-voorzitter.

Een ander bekend voorbeeld is Ed Nijpels. Die zegde onlangs zijn baan als commissaris van de koningin van Friesland op om zijn vrouw vaker te kunnen bezoeken, die in Maleisië is gaan werken.

Sinds een jaar of tien is de dual career – hoogopgeleide twintigers, dertigers en veertigers die beiden een carrière hebben en willen houden – een fenomeen waar de werkgever rekening mee dient te houden als hij iemand wil uitzenden. Partners van expats zijn steeds minder geneigd om de eigen carrière op te offeren aan die van hun man of vrouw.

Uitzending weigeren
Uit een enquête onder HR-expatmanagers van ruim 400 bedrijven wereldwijd blijkt dat 53 procent van de werknemers vorig jaar een uitzending weigerde, vanwege het gebrek aan werkmogelijkheden voor hun partner.

‘Wij komen dit steeds vaker tegen’, zegt Annerie Vreugdenhil, Hoofd Corporate Clients Nederland bij ING Wholesale Banking, de zakenbank van de ING, met veel internationaal opererende klanten. ‘Het grootste deel van deze groep heeft jonge kinderen, en in deze levensfase is een verhuizing naar het buitenland zeer ingrijpend.’

Voor dit moderne expatdilemma hebben werkgevers twee oplossingen bedacht: het duale carrièrebeleid, waarbij actief wordt bemiddeld om de partner een serieus arbeidsperspectief op locatie te bieden. Óf de mogelijkheid tot internationaal werken zonder emigratie: Nederland blijft de standplaats en de werknemer reist veel of werkt enkele dagen per week in het buitenland.

Dat laatste doet Krista Radstake (35) bijvoorbeeld al jaren. Zij werkt bij ING, waar ze grote overnames voor internationale bedrijven mogelijk maakt. Voor dit werk reist ze tussen de twee keer per week en twee keer per maand naar het buitenland, vanuit haar standplaats Amsterdam. ‘Dat gaat heel goed. Ik reis vooral binnen Europa, dus je kunt binnen een dag op en neer.’ Haar partner werkt ook bij ING in Amsterdam. ‘Als een van ons in Londen zou werken zou dat nog wel gaan, maar hij in Singapore en ik hier of andersom? Dat is geen optie. Thuis zitten als expatvrouw is voor mij ook geen optie, en voor mijn man ook niet.’

Eigen loopbaan
’De tijden zijn veranderd’, zegt Radstake. ‘Het traditionele expatpatroon is mannen die werken, en vrouwen die thuis zitten. Maar als je tegenwoordig als bedrijf mensen wilt uitzenden dan zal er steeds vaker naar een goede oplossing gezocht moeten worden. Partners hebben een eigen loopbaan.’

Daarom roepen internationaal opererende bedrijven tegenwoordig de hulp in van gespecialiseerde bedrijven die lobbyen om expatpartners passende vacatures op locatie voor te kunnen schotelen. Maar of het altijd lukt om de partner loopbaanperspectieven te bieden in den vreemde blijft de vraag.

Arbeidspsychologe Louise van Alenburg, partner van een in Rusland werkende Shell-werknemer, deed in 2005 onderzoek naar de uitzendingsbereidheid en het carrièrepad van de partners van Shell-medewerkers. Van de partners in haar onderzoek had 81 procent vóór vertrek een baan, maar daalde dat aantal na uitzending tot 25 procent.

Geslaagde missie
De meest geslaagde missie blijkt toch die van een stabiel gezin te zijn, waarin alle gezinsleden (partner mét eigen loopbaan én eventuele kinderen) gelukkig zijn. Dat wijst onderzoek van de Harvard Universiteit uit. Van de duizend ondervraagde topmanagers noemde ruim driekwart de zorg om het gezin en de geringe kans op passende arbeid voor de partner (veelal vrouw) als grootste knelpunt. Het leven op de compound en de expatgemeenschap wordt door veel partners als verstikkend ervaren. Naar schatting 20 tot 30 procent van de uitzendingen mislukt, omdat de partner van de expat er niet kan aarden.

Er zit dus weinig anders op: bedrijven zullen zich moeten uitsloven om het de partners van hun expats naar de zin te maken. Want als een ongelukkige partner een mislukte uitzending betekent, dan kost dat veel geld.

Sabien Vreeman-Butzelaar (32)

‘Wat ik kan, is na twee jaar niet weg’
‘Ik ben naar Californië verhuisd met mijn man, die op Stanford een MBA doet. Het enige visum waarvoor ik in aanmerking kwam is vrij matig; ik mag niet werken en niet studeren, alleen cursussen en vrijwilligerswerk doen. Dat doe ik dan ook, bij een dierentuin – hokken uitmesten, dieren voeren – en voor een website. Het is een beetje een gedwongen semi-sabbatical en er zijn ergere plekken op de wereld om zoveel vrije tijd te hebben. Bovendien is het ‘maar’ voor twee jaar.

‘In Nederland werkte ik als eindredacteur bij Glamour, een geweldige baan. Ik vond het heel moeilijk om daar afscheid van te nemen. Als we teruggaan naar Nederland wil ik gaan freelancen als journalist – dat heb ik ooit al eens gedaan en dat beviel me eigenlijk heel goed. En ik kan wat ik kan; dat is na twee jaar echt niet opeens weg. Ik doe nu ook nog af en toe freelance werk voor Nederlandse opdrachtgevers, dus ik sta niet helemaal op non-actief, maar door het grote tijdverschil is het contact met opdrachtgevers soms wat lastig.

‘Voordat mijn vriend – we waren toen nog niet getrouwd – begon met het aanmeldingsproces voor de MBA hadden we al besloten dat ik sowieso mee zou gaan. Het leek ons ontzettend bijzonder om met z’n tweeën een tijdje weg te gaan en het is maar voor twee jaar, dus dat vond ik wel te overzien. De locatie was voor mij eigenlijk belangrijker dan voor hem; hij zit vooral te studeren en ík ben dus degene die zichzelf hier moet vermaken. Ik heb dan ook heel wat opties gevetood. We hebben nog even getwijfeld over een opleiding in Europa omdat ik dan wel zou mogen werken, maar de Amerikaanse scholen staan veel hoger aangeschreven. Dit was een kans die hij niet kon laten schieten.’

Mark de Graaf (40)

‘Eigenlijk is de standplaats irrelevant’
‘Ik heb economie in Rotterdam en aan Harvard gestudeerd en wilde altijd als investment banker werken. Dat leek me heel spannend. Toen ik afstudeerde was dat vak in Nederland pas net in opkomst, dus ben ik naar Londen gegaan. Daar heb ik acht jaar gewerkt, bij meerdere banken. Het was een fantastische ervaring, met een ongelooflijk steile leercurve.

‘Mijn vrouw, toen nog mijn vriendin, kwam een jaar na mij naar Londen. Zij moest haar studie nog afronden in Nederland. Zij wilde ook altijd graag naar het buitenland. Niet per se naar Londen, maar omdat ik daarheen ging kwam zij ook. Daar is wel over gepraat, maar niet heel intensief. Zij zei: als dit je roeping is, moet je het gewoon doen.

‘In het begin kwam zij in het weekend bij me langs, maar soms moest ik dan alsnog het hele weekend werken. Ik werkte wel 100 uur per week, dus dat was zeker niet ideaal. Toen zij ook in Londen werkte werd het een stuk leuker.

‘We zijn ook samen teruggekeerd naar Nederland. Ik wilde van baan wisselen omdat het slechter ging met de economie, waardoor bedrijven zich terugtrekken op hun nationale markten. Dat maakte werken in Nederland interessanter. Eind 2002 ben ik bij ING op de afdeling corporate finance begonnen. Nu werk ik in Amsterdam, maar ben ik minstens 2 à 3 dagen per week in het buitenland. Eigenlijk is de standplaats irrelevant, of ik nu vanuit Londen naar Madrid vlieg of vanuit Amsterdam.

‘Ik heb nog geen dag spijt van onze terugkeer. Maar we zitten zeker niet vast aan Nederland. Als een van ons iets voorbij ziet komen dan kan dat. En ja, ik zou evengoed met haar meegaan als dat mogelijk is. Onze carrières zijn evenveel waard.’

Mark Milders (36)

Het buitenland zit wel in ons bloed’
‘Ik werk sinds juni 2005 bij ING, op de afdeling die zich richt op private equity financieringen, in Amsterdam. Ik ging indertijd van baan wisselen en had meerdere opties, waarvan twee functies in Londen. Mijn partner en ik waren net verhuisd en hadden net een kindje gekregen. Het was op dat moment niet de tijd om naar het buitenland te gaan. Daar zijn wel veel gesprekken over gevoerd ‘aan de keukentafel’. Uiteindelijk speelde vooral de inhoud van de baan in Amsterdam een doorslaggevende rol. Die was gewoon het interessantst. Ik denk dat veel mensen werken in het buitenland romantiseren. Ik wil best elders wonen en werken, maar niet koste wat kost. Het moet inhoudelijk wel een even interessante baan zijn.

‘Zowel mijn partner als ik hebben als kind in het buitenland gewoond, door het werk van onze ouders. Het zit ons dus wel in het bloed.

‘Ik werk nu ook heel internationaal, ben minstens eens in de twee weken in Londen, Engels is voor 80 procent de voertaal en ik heb veel niet-Nederlandse collega’s. Maar de optie om ooit elders te werken bestaat nog steeds, bijvoorbeeld in Londen of New York. Maar alleen als mijn partner en kind daar ook kunnen aarden. De flexibiliteit is er, mijn partner heeft een verplaatsbare baan. Tot voor kort had ze haar eigen praktijk voor kinderen met dyslexie, dat of iets anders zou ze ook in het buitenland kunnen doen. Ik wil niet naar het buitenland óm het buitenland, het moet wel een meerwaarde hebben.’


Arjen Berghouwer (31)

‘Je moet meer geduld hebben’
‘Ik ben in november 2007 verhuisd naar Mexico-stad, met mijn vrouw en twee jaar oude zoontje. Mijn vrouw is Mexicaanse. Tot november werkte ik als procesmanager bij ABN Amro en studeerde zij aan de kunstacademie in Den Haag.

Omdat haar vader plotseling ziek werd zijn we geëmigreerd. Hoewel ik het erg naar mijn zin had op mijn werk heb ik geen moment getwijfeld. Als je vrouw je vertelt dat ze graag dicht bij haar zieke vader wil zijn, dan is de keuze makkelijk.

‘Het was niet mogelijk om direct vanuit Nederland een baan bij ABN Amro Mexico te vinden. De afdeling in Mexico is erg klein én ze zijn voorzichtig met het aannemen van – vaak duurder – buitenlands personeel. Nu ik hier woon heb ik wel contact met hen opgenomen.

‘Mijn vrouw studeert hier weer aan de kunstacademie, wat ze ook deed voor ze naar Nederland verhuisde. Ik heb nog geen baan gevonden, maar ik heb wel goede hoop dat dit binnenkort gaat lukken. Het blijkt dat je in Latijns-Amerika wat meer geduld moet hebben bij de human resources-afdelingen. ‘Ik richt me voornamelijk op banken omdat ik in die sector ervaring heb, maar daarnaast sta ik ook open voor werk in andere sectoren – van consultancy, import/export tot zelfs het vak van leraar. Dus wie weet doceer ik binnenkort wel politicologie aan een van de vele universiteiten in Mexico-Stad. In de tussentijd hou ik me vooral bezig met het verbeteren van mijn Spaans.’

Bron: www.vkbanen.nl
Publicatiedatum: 20 februari 2009
 

 

Meer nieuws

REGIO