Nederlands | English | Francais
disclaimer | privacy policy | sitemap | adverteren | contact

NEWSFLASHES

Expats missen deeltijdbaan

Het clichébeeld dat expatpartners hun tijd doorbrengen aan de rand van het zwembad, klopt niet. De meesten hebben gewoon een baan. Dat blijkt uit een onderzoek van de Wereldomroep onder expats en emigranten. Toch vinden Nederlanders in het buitenland wel dat je als 'partner van' vaak concessies moet doen aan je eigen carrière.

Uit het onderzoek blijkt verder dat Nederlanders in het buitenland graag in deeltijd willen werken, maar dat dit in hun woonland vaak niet mogelijk is.

De Wereldomroep vroeg leden van het Wereldpanel zich te buigen over hun werksituatie en die te vergelijken met Nederland. Hoe kijken ze vanuit het buitenland aan tegen zaken als kinderopvang, verdeling zorg & werk en deeltijd werken? 883 panelleden (zie kader onderaan) vulden de enquête in.

Tweeverdieners
Veel Nederlanders in het buitenland zijn tweeverdieners. Uit het onderzoek blijkt dat van 78 procent van de expats en emigranten met een baan, de partner ook werkt. Ze verdienen bovendien beiden ongeveer evenveel.

Desondanks is 51 procent van de ondervraagden het eens met de stelling dat je als ‘partner van’ (dus als je met je partner naar het buitenland bent verhuisd omdat die daar werk kreeg) concessies moet doen aan je eigen carrière. (21 procent is het hier mee niet eens en 28 procent is neutraal).

Dubbel gevoel
Van de respondenten zonder baan (onder de 55 jaar) zegt 60 procent wel te willen werken. Maar vaak vinden ze het lastig om werk te combineren met de zorg voor kinderen of kunnen ze geen geschikt werk vinden. Het merendeel had wel een baan in Nederland en werkte zo’n 33 tot 40 uur per week. Ze besteden hun tijd nu voornamelijk aan de opvoeding van hun kinderen.

Een aantal mensen vindt het niet zo erg dat ze geen werk hebben. Een van de panelleden zegt bijvoorbeeld: ‘Ik zou niet weten wat ik hier als betaald werk zou kunnen doen en ik geniet van het leven zoals het nu is.’ Een ander zegt op twee gedachten te hinken. ‘Een dubbel antwoord. Ja, want ik mis soms de uitdagende kant van werk, waarbij je jezelf steeds moet overtreffen. Nee, want bij het steeds veranderen van land is het moeilijk om een goede baan te vinden. Niet werken heeft me ook in staat gesteld om andere wegen in te slaan, zoals een studie.’

Deeltijd werken
In tegenstelling tot veel andere landen is het in Nederland vrij normaal om in deeltijd te werken. Wat vinden expats en emigranten hiervan? Het is goed dat dit in Nederland kan, zegt een ruime meerderheid van de panelleden, vooral omdat de zorgtaak zo beter kan worden geregeld. Een respondent: ‘Een prima oplossing voor het combineren van werk en zorg voor de kinderen. Ook een prima oplossing om meer tijd te hebben voor andere passies bij voldoende inkomen.’

Deelnemers uit Duitsland, Frankrijk, Denemarken, Groot-Brittannië, de Verenigde Staten en Maleisië zeggen het jammer te vinden dat er in hun land nauwelijks deeltijdbanen beschikbaar zijn. ‘Ik ken veel vrouwen buiten Nederland die heel graag zouden willen deeltijdwerken. Volgens mij komt het buiten Nederland ook nauwelijks voor, dus geniet ervan!’

Maar er is ook kritiek. Een panellid: ‘Uit ervaring weet ik dat vrouwen met schoolgaande kinderen een enorm schuldgevoel wordt aangepraat als ze voltijds werken en daarom kiezen voor deeltijd werken. Als Nederland niet in de problemen wil raken, moet die mentaliteit echt om.’ Een ander zegt: ‘Ik werk in het onderwijs en herinner me het rommeltje in Nederland want die juf is er dan niet en die is er alleen op een ochtend. Een grote puinhoop…in ieder geval in het onderwijs.’

Overigens is 53 procent het eens met de stelling dat ‘Nederlandse vrouwen in de luxe verkeren dat ze zelf kunnen bepalen hoeveel uur ze kunnen werken.’ 48 Procent merkt wel op dat als Nederlandse vrouwen hun tijd flexibeler zouden kunnen indelen, zij meer uren zouden werken.

Werk & zorg
Hoe gaat het met de combinatie werk en zorg voor de kinderen in het buitenland? In Nederland is dat beter geregeld, zegt ruim 35 procent van de ondervraagden, tegen bijna 30 procent die juist vol lof is over opvangmogelijkheden in het woonland.

Opvallend is dat in de categorie 26-40 jarigen 50 procent vindt dat de verdeling tussen zorg en werk in hun woonland slechter is geregeld dan in Nederland. ‘Hier zijn geen subsidies dus je moet deze dingen zelf regelen en betalen.’ Iemand merkt zelfs op: ‘Het hebben van werk is hier vaak een kwestie van overleven, zorg voor de kinderen is van ondergeschikt belang.’

Vooral in Scandinavië kunnen ouders terugvallen op riante verlofregelingen. Een vrouw uit Zweden schrijft: ‘Hier kunnen de ouders betaald ouderschapsverlof opnemen en je krijgt een bonus als je het (verlof, red,) gelijk verdeelt tussen vader en moeder.’

De meeste kinderen gaan naar de kinderopvang. In de categorie 26-40 jarigen (dus mensen met jonge kinderen) is dat bijna 30 procent. In deze categorie neemt bijna 20 procent zelf de zorg op zich en ruim 10 procent heeft een nanny. De rest heeft alternatieve opvang, zoals familieleden die inspringen. ‘Oma en opa leven in het gezin en nemen de zorg op zich; en anders wel een (ongehuwde) broer of zus.’

Cijfers:
• 883 mensen vulden de enquête in, voornamelijk in de leeftijdgroepen 26-40 jarigen (bijna 20 procent), 41-55 jarigen (38 procent) en 55-65 jarigen (bijna 25 procent)
• 579 deelnemers aan de enquête hebben een baan en 78 procent van hen heeft ook een werkende partner. Van de partners zonder baan doet 7 procent vrijwilligerswerk.
• Bijna driekwart (73,5 procent) heeft kinderen. Overigens is er nauwelijks verschil tussen de antwoorden van mensen met en zonder kinderen.

Bron: Wereldomroep
Publicatiedatum: 27 oktober 2009

 

Meer nieuws

REGIO