NEWSFLASHES
Kinderen expats hebben brede blik, maar nadelen zijn er ook |
![]() |
|
|
Kinderen van expats en emigranten hebben het voordeel dat ze meerdere talen en culturen leren kennen en hiermee een bredere blik op de wereld hebben. Maar de keerzijde van de medaille is gemis van familie en soms het verlies van hun moedertaal en vervreemding van de Nederlandse cultuur, zo blijkt uit een enquête van de Wereldomroep onder bijna 700 respondenten.
Kinderen van Nederlanders die in het buitenland wonen, gaan opvallend vaak naar een lokale school (bijna tweederde) en bijvoorbeeld niet zo vaak naar een internationale school. “Een lokale school draagt er toe bij om snel te integreren”, schrijft de één, terwijl een ander simpelweg concludeert: “hier op het eiland is niks anders.”
Nederlands wordt bijgespijkerd op een Nederlandse cursus op de zaterdag of de ouders blijven in huis Nederland spreken. “We spreken thuis alleen maar Nederlands en eten ’s avonds rond zes uur meestal een typisch Nederlands gerecht zoals aardappelen, groente en vlees”, schrijft een van de respondenten op de vraag wat er Nederlands is aan de opvoeding van de kinderen. Veel ouders vinden het jammer dat hun kinderen in hun woonland weinig contact hebben met de Nederlandse taal.
Verwarrend
En een van de ouders schrijft dat een tweetalige opvoeding ook verwarrend kan zijn voor de kinderen: “Ze zijn minder goed in Nederlands dan hun leeftijdgenoten in Nederland en worden niet echt voorbereid op de Nederlandse samenleving.” Een ander gaat nog verder met de opmerking dat naast het verloren gaan van de Nederlandse taal er een risico bestaat dat wonen in het buitenland ook een identiteitscrisis kan veroorzaken. “Om maar wat op te noemen.”
De afstand tot grootouders en verdere familie werd veelvuldig aangehaald als nadeel. En als een familie met enige regelmaat verhuist, hebben de kinderen er moeite mee om iedere keer opnieuw vriendschappen aan te knopen. “De vriendenkring van de kinderen wisselt elk jaar en diepgang is moeilijk te handhaven op die leeftijd”, schrijft een van de geënquêteerden.
Meer tolerantie
Maar de reacties waren toch vooral positief. Veel respondenten zeggen dat hun kinderen opgroeien tot wereldburgers. “Ik wil ze iets meer bieden dan opgroeien in het dorp Nederland”, reageert één van de ouders. Kinderen die in het buitenland opgroeien hebben een veel bredere blik voor wat er in de wereld omgaat, stelt een ander. “Ze leren beseffen dat er verschillende culturen bestaan die allemaal even waardig zijn. En dat heeft tot resultaat dat ze meer tolerantie hebben voor anderen.”
Een aantal ouders haalt aan dat hun kinderen in het woonland meer ruimte hebben en van de natuur kunnen genieten. Vanuit Sardinië klinkt het: “Er is hier weinig sprake van criminaliteit. Ook is er schonere lucht. Wat natuurlijk belangrijk is voor de gezondheid.”
Aarden in Nederland?
De inspanning van de ouders ten spijt, voelt slechts 52 procent van de kinderen die in het buitenland zijn opgegroeid zich nog Nederlands. “Ik ben bang dat ze ‘verbritst’ zijn en zich niet thuis voelen in de nuchtere cultuur van Nederland”, klinkt het op de vraag of de kinderen nog wel kunnen aarden in Nederland. Een ander stelt dat het moeilijk zal zijn omdat de kennis van de Nederlandse taal niet voldoende is bij de kinderen. Sommige respondenten zijn zelfs bang voor discriminatie: “Mijn oudste van 21 is nu in Nederland, heeft bruin haar en blauwe ogen en is al gediscrimineerd.”
De zaken lopen ook wel eens anders dan de ouders zich van tevoren hadden voorgesteld. Kinderen willen soms niet meer terug naar Nederland. “Onze kinderen hebben nauwelijks een band met Nederland. Ze horen hier, voelen zich hier thuis. Dat betekent dat ik ook niet meer terug zal gaan naar Nederland.”
Uitspraken van ouders op de vraag wat typisch Nederlands is aan de opvoeding van hun kinderen:
- Onze zoon is de enige leerling die op de fiets naar school gaat
- Eten, tradities zoals Sinterklaas en Koninginnedag en de Nederlandse taal;
- We spreken Nederlands in huis, eten hagelslag en Goudse kaas, eten gewoon boterhammen voor de lunch en geen warme maaltijd;
- Relatief veel vrijheid en inspraak;
- Mondig maken;
- Beleefd zijn, mijn kinderen DWINGEN om bepaalde dingen te doen (oei wat on-Zweeds!) Duidelijk te zijn (afspraak is afspraak) en onze normen en waarden over te brengen op de kinderen. O ja en laat eten! (Niet om 16-17 uur);
- Ik heb ze leren schaatsen;
- Tolerantie, open zijn, zelf verantwoording nemen. En verder liefde voor drop, kaas, spekkies en pannenkoeken.
Bron: Wereldexpat
Auteur: Wendy Braanker
Publicatiedatum: 20 augustus 2009
|
REGIO
|