NEWSFLASHES
Nederlandse ondernemers ontdekken mogelijkheden in Mozambique |
![]() |
|
|
De economie van Mozambique groeit als kool, maar de armsten profiteren nog te weinig. De Nederlandse ambassade in Maputo probeert daarom boeren aan leningen en landrechten te helpen.
Elke vrijdagmiddag wordt een kleine bestelauto in de Avenido 24 de Julho – een van de belangrijkste straten van Maputo, de hoofdstad van Mozambique – bestormd door een tiental jonge mannen. Ze rukken de bestuurder zijn handelswaar bijna uit handen. Het gaat om dvd’s. Goedkope misdaad- of mierzoete romantische films uit ‘Bollywood’ India. Het zijn clandestien gekopieerde dvd’s. Maar dat interesseert de mannen niet: ze moeten goedkoop, populair en dus makkelijk verhandelbaar zijn. De ondernemers van de straat weten dat de meeste Mozambikanen geen dikke portemonnee hebben.
Achter in de auto staat nog een grote zak cashewnoten. Een kluitje jongens - de meeste jonger dan twaalf jaar - wacht geduldig hun beurt af. Elk van hen krijgt een paar scheppen cashewnoten in hun plastic mand. In kleine groepjes mengen ze zich onder de mensen op straat en op de terrassen van restaurants. Voor een habbekrats bieden ze hun waar aan en maken ondertussen geintjes met elkaar. De dvd-handelaars en notenverkopers maken evenals de meeste kleine winkeltjes in Maputo deel uit van de informele private sector: het midden- en kleinbedrijf (MKB) van Mozambique.
“Schattingen lopen uiteen dat het om 30 tot 50 procent van het bruto nationaal product zou gaan”, zegt Carlos Nuno Castel-Branco - directeur van het onafhankelijke sociaal-economische onderzoeksinstituut IESE. Dit deel van de private sector wordt als ‘informeel’ beschouwd. Omdat de verkopers niet geregistreerd staan en geen belasting betalen, is toegang tot overheids- en financiële diensten voor hen uitgesloten. De formele private sector daarentegen is het paradepaardje van de Mozambikaanse overheid, en concentreert zich op megaprojecten als gas en olie, zware industrie (staal en aluminium), energie, telecommunicatie, toerisme, de banken en het vermarkten van landbouwproducten.
Coöperatie
Ook politiek Den Haag is tegenwoordig doordrongen van het belang van de private sector in Mozambique. Maar minister Koenders maakt er wel een kanttekening bij. Hoewel het land de laatste tien jaren een forse economische sprong vooruit heeft gemaakt, is de groei, vindt hij, niet voldoende ten goede gekomen aan de allerarmsten. Om juist hen te bereiken is extra aandacht nodig voor markten en sectoren waar veel armen actief zijn (pro-poor groei).
Zeventig procent van de Mozambikaanse bevolking leeft op het platteland en is van de landbouw afhankelijk. De meesten hebben een inkomen rond de armoedegrens van 1,25 dollar per dag. Daarom richt de Nederlandse ambassade zich op die groep mensen. “De leefomstandigheden zijn voor deze mensen erg zwaar”, zegt Marjon Durang. Ze is binnen de Nederlandse ambassade verantwoordelijk voor het programma Private Sectorontwikkeling. “Tussenhandelaren bieden vaak een té lage prijs voor hun producten. Rechtstreeks leveren aan de lokale of internationale markt is voor hen onmogelijk. Ze hebben geen eigen vervoersmogelijkheden. Boeren kunnen hun land niet gebruiken als onderpand voor leningen, want het land is van de staat. Omdat veel boeren niet officieel geregistreerd zijn als gebruiker van het land, hebben ze ook geen rechten. Op dit moment wordt er aan gewerkt boeren het gebruiksrecht te geven en daarmee de mogelijkheid te openen het land als onderpand aan te wenden voor het aanvragen van een lening. Maar zo’n registratie gaat moeizaam en kan wel jaren duren”, aldus Durang. “Belangrijk is dat deze boeren leren samen te werken en te ondernemen. Dan kunnen ze ook een betere prijs bedingen.”
Rabo Nederland
De Nederlander Jan de Moor, adviseur van de Associacâo de Promoçâo de Agricultura Comercial (APAC) en sinds 1984 werkzaam in Mozambique, helpt boeren zich te organiseren. “We zijn bezig met de vorming van grote associaties van boeren met gemiddeld vijfduizend leden. Gezamenlijk kunnen ze een betere verkoopprijs bedingen voor de cashewnoten, pinda’s, rijst of citrusvruchten. We hebben nu een contract met IKURU – een handelscoöperatie die de producten opkoopt en doorverkoopt aan de nationale en internationale markt. Daarmee wordt de tussenhandel omzeild.”
De boeren hebben daarbij ook financiële en andere ondersteuning nodig. Sinds september 2008 is Banco Terra operationeel in Mozambique. De nieuwe bank richt zich vooral op de agrarische sector. Rabo Nederland heeft een controlerend minderheidsbelang en leidt het management. “In samenwerking met maatschappelijke organisaties bieden we de boeren een totaalpakket. Dat loopt van technische assistentie, het maken van businessplannen, marktonderzoek en productieverbetering tot financiële dienstverlening. Individuele boeren kunnen dat niet alleen. De vorming van coöperaties is belangrijk en sluit daarmee aan bij de filosofie van de Rabobank”, vertelt Maarten Susan – directeur van Banco Terra.
Bestaande banken zijn in de steden gevestigd. Banco Terra verricht puur ontwikkelingswerk in de rurale gebieden waar nauwelijks bancaire voorzieningen te vinden zijn. “Het geld ligt bij de boeren onder hun matras. We moeten de mensen leren gebruik te maken van de bank voor leningen en investeringen”, aldus Susan.
Maar zonder een bankvestiging in de nabije omgeving is het lastig bankieren. Het land is groot en de infrastructuur is slecht. Ook het analfabetisme is op het platteland aanzienlijk. Daarom denkt Banco Terra aan de vestiging van ‘betaalwinkels’ waar de klanten hun geld kunnen brengen in ruil voor een tegoedbon. Deze bon kan weer gebruikt worden als betaalmiddel. Ook wordt de mogelijkheid van bankieren per mobiele telefoon onderzocht.
Irrigatie
Het Nederlandse bedrijfsleven ruikt nu de kans om in de Mozambikaanse infrastructuur te investeren. Afgelopen mei togen minister Koenders (ontwikkelingssamenwerking) en staatssecretaris Heemskerk (Economische Zaken) met in hun kielzog veertig Nederlandse ondernemers naar Mozambique om ter plekke handelskansen te verkennen. De delegatie bezocht onder andere de haven, het vliegveld en het treinstation van de hoofdstad Maputo. Nederlandse bedrijven zoals waterbedrijf Vitens zijn al nauw betrokken bij de aanleg van waterleidingen en sanitaire systemen in de steden en bij diverse projecten om de havens te verbinden met het achterland, de zogeheten corridorontwikkeling.
Heemskerk hoopt in de toekomst nog meer Nederlandse bedrijven koppelen aan Mozambikaanse partners. “Er zijn zeker kansen”, zei hij tijdens de reis, in de havenstad Beira. “Er moet hier nog heel veel gebeuren. Het is een stuk armer dan bijvoorbeeld Zuid-Afrika. Ik denk dat toerisme op gaat komen, maar aan de infrastructuur moet nog gewerkt worden. Denk aan het baggeren van rivieren, het bouwen van havens. De haven van Beira is nu nog te ondiep voor echt grote schepen. Daar zie ik kansen voor Nederlandse bedrijven.” De toenemende economische samenwerking van de zuidelijke Afrikaanse landen (Southern African Development Community, SADC) zal Mozambique geen windeieren leggen, mits het land voldoende blijft investeren, voorspellen economen. Ondanks de crisis moeten er voldoende investeringsfondsen te vinden zijn, is de gedachte. Frank Heemskerk kijkt in de glazen bol: “De economie zal ook in Mozambique klappen krijgen door de crisis. Maar juist dan gaat men op zoek naar slimme oplossingen om de productiviteit te verbeteren, naar innovatie.”
Tekst Peter Rhebergen
Bron: IS Internationale Samenwerking
Publicatiedatum: 6 augustus 2009
|
REGIO
|